Een week geleden fietsten we weer de Ronde van Vlaanderen voor Wielertoeristen, een zware tocht van 140 kilometer over kasseien en met steile klimmetjes. Voor mij alweer de vierde keer dat ik deze ronde heb gereden, en altijd weer is het één van de hoogtepunten van het fietsseizoen. Een groot fietsevenement dat 15.000 wielrenners aantrekt.
Vooraf was de Koppenberg mijn angstgegner. Deze klim is nog geen kilometer lang, maar het gaat wel 22% steil omhoog over gladde kasseien. Voor mij de meest zware kilometer van de ronde!
Ik ben nog nooit fietsend naar boven gekomen. De gladheid speelde mij parten, of de smalle weg werd versperd door andere omvallende wielertoeristen. Daarom heb ik op de Koppenberg altijd stukken moeten lopen. Of klauteren eigenlijk, want zo steil is het wel. Dit voelt mij als een smetje, dat het mij nooit is gelukt. Niet meer dan dat hoor. Een smetje, maar dan wel een hardnekkige… Zou het dit jaar wel lukken om smetje weg te werken?
Hierbij een verslag van Mijn Koppenberg!
![]() |
| Profiel van de Koppenberg |
Na ongeveer 50 kilometer fietsen is de eerste verzorgingspost. En ik weet het: de eerstvolgende klim is de Koppenberg. Mijn fietsmaten weten het natuurlijk ook, maar niemand heeft het er over. Voor de Koppenberg hebben alle fietsers ontzag.
We fietsen verder, en al snel komt de Koppenberg in beeld. Daar bovenop, daar waar die grote tent staat, daar ben ik strakjes ook! Maar we zwijgen erover tegen elkaar. Zo gaat dat in het peloton. Maar er is wel alom verontwaardiging als we zien dat een groepje fietsers een andere weg kiest, en de Koppenberg links laat liggen. Wij fietsen verder, door de Vlaamse velden, op weg naar die ene bult.
Dan komt het in beeld. Daar bij dat groepje huizen, gaan we linksaf, en daar is de klim. De hobbelige kasseienstrook strekt zich recht voor mij uit. Steil naar boven gaat het, vooral tussen de bomen verderop. Daar achter zijn de kleine huisjes van een dorpje zichtbaar.
Er staat publiek. Nu komt het. Op tijd schakelen. Naar het allerlichtste verzet: een klein tandwieltje voor en zo groot als maar kan achter. Dat mag hier
De eerste vijftig meters van de klim vallen mee, mijn fiets dokkert over de kasseien. Maar dan gaat het steil omhoog. Nu kan ik nog sneller op mijn lichtste verzet, maar ik doe het niet. Ik laat mijn fietsmaten vooruit gaan, ik wil ruimte voor mij hebben. Ik kies ook niet het verleidelijke gootje aan de zijkant van de weg, daar kom je zo toch niet meer uit. Gewoon middenop over de kasseien. De hartslag? Niet aan denken…
Dan volgt direct het allersteilste stuk. Tussen de bomen, waar de weg het smalste is. Stáán! Fietsers voor mij vallen om hier, er wordt gelopen, mensen glijden uit. Alles uit de kast nu. “Opzij! Opzij!” roep ik, en er wordt ruimte gemaakt. Staand op de pedalen. Het lukt! Voor het eerst in mijn wielercarriëre fiets ik dit steile stuk!
De fiets zoekt zelf zijn weg over de kasseien. Handjes los op het stuur. Ik ben er nog niet, maar dit geef ik niet meer uit handen. Nu een stuk van een procentje of 12, en er is wat publiek dat aanmoedigt. Dank jullie, ik kan het gebruiken! Halverwege de klim ben ik ooit gevallen, nu gaat het beter. Daar zie ik de top al, bij dat spandoek. Maar het wordt weer steiler. Opnieuw staan op de pedalen. Nog een keer alles geven, nog één keer volle bak, nog één keer laten aanmoedigen door het publiek. Dan kom ik aan op de top. Lachen voor de foto. De Koppenberg, gelukt! Yes!
![]() |
| Yes!! |

