Het is koud op de ochtend van 19 maart. De thermometer staat maar liefst 2 onder nul. Op het programma staat De Groninger Dorpentocht: Zuidlaren - Godlinze - Zuidlaren, 115 kilometers lang. Daarbij opgeteld moeten nog de kilometers die de fietsridders (Folkert, Pieter en Martin) af moeten leggen vanuit Haren en Groningen om bij het startpunt van deze etappe te komen, pak hem beet nog eens 30 extra (gemakshalve is op dit punt in het relaas de terugweg al mee berekend), maakt het totaal op een goede 145 kilometer.
De wind echter was gunstig - weliswaar nooit uit de goede richting, maar zeker niet te hard, en prachtige opklaringen werden in het vooruitzicht gesteld (en die ook kwamen).
In Zuidlaren werd de fietsmeester Alwin Haverdings opgepikt. Hij rijdt helaas niet mee in de glorieuze Alpen, maar hij is zeker niet te beroerd om desondanks de fietsers wat (bij)les te geven, en zo ook deze keer.
Het was mistig aan het begin van de tocht. Zo mistig, dat een enkele fietser nog wel in het wiel van iemand zat, maar niet meer kon zien van wie dat wiel dan was. De tocht begon wat voorzichtig in de bebouwde kom van Zuidlaren ("zijn we nu al een bordje misgelopen?"), maar alras werd in de wijdse akker door Folkert de toon van het tempo gezet. Goede samenwerking hield dat in stand, zulks goede samenwerking zelfs, dat ergens halverwege de heenweg het peloton van de plaatselijke wielervereniging (de Dobberieders uit Zuidlaren zelf) op vakkundige wijze werd gepasseerd en op achterstand werden gezet. Maar het betaalde slecht uit: we streden als leeuwen, het peloton hijgde in onze nek, en door een onfortuinlijke geforceerde pauze om toch veilig de Rijksweg over te kunnen steken, werden we teruggepakt. Het peloton moest wel de pest in onze prima prestatie hebben gehad, want een bemoedelijke klop op de schouder bleef achterwege - toch graag gedaan, hoor, dobberieders (bewust met een kleine d geschreven).
We besloten in het peloton te blijven en zodoende arriveerden we in de halteplaats: Godlinze.
Een klein dorp: een heuvel op, er aan de andere kant weer af en dat was het. Waarom dan dáár een halteplaats? Wel, daarvoor moet je ín de kantine zijn. Want niet alleen hebben ze daar heel erg lekkere appeltaart - dank, Alwin - eigenlijk is het daarbinnen een museum. Fitnessapparaten worden door stukken touw en een mud aardappels bij elkaar gehouden, en ook van de juffrouw achter de bar hangt van vroeger (en duidelijk betere tijden) een portret aan de muur.
Niet te lang gezeten natuurlijk, want wandplaten praten niet terug en bovendien wilden we die Dobberieders nogmaals een loef afsteken. Helaas, de infrastructuur gooide weer roet in het eten, ditmaal een geopende/dichte brug. Wijs geworden kozen we weer onze plaats, sommigen op goede positie ín het peloton, anderen minder wijs er achteraan, waaronder ondergetekende. Tot en met Kolham ging het daarbij heel aardig.
Toegegeven, de Dobberieders kunnen wel rijden, het gemiddelde kwam en bleef ruim boven de dertig. Maar helaas, hard maken ze de koers ook, en dat hebben ze laten zien. In de laatste kilometers voor Zuidlaren werd het peloton door een vrachtwagen op een lint gedrukt, en wie daarbij gelost werd, had ook werkelijk het nakijken. Alwin en Folkert zagen kans hun goede positie te handhaven, Martin was als eerste al gelost en ook Pieter moest toegeven dat het een sterk optreden was. Bij Steenbergen Fietsen in de winkel in Zuidlaren kwamen we op adem en bij zinnen voordat de tocht huiswaarts werd aanvaard. Het was een bijzondere leerervaring geweest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten